Adaptief onderwijs

Adaptief onderwijsAdaptief onderwijs legt de nadruk op de noodzaak om verschillen tussen kinderen serieus te nemen en er wat mee te doen. Verder is het duidelijk dat onderwijs-verbetering jarenlang gericht is geweest op verbetering van leerstof, didactiek en organisatie. De pedagogische kant van het leerproces, met het accent op het kind-zelf, kreeg daardoor veel minder aandacht. De wijze waarop het kind tegen leren aankijkt, de leerhouding en de leermotivatie, bleven daardoor wat op de achtergrond. Vanuit adaptief onderwijs wordt hier nu meer werk van gemaakt. Scholen moeten zogeheten leerlingvolgsystemen gebruiken om prestaties bij te houden. Kortom: de lessen moeten meer worden ingesteld op de maat van de individuele leerling.

Door de steeds groter wordende verschillen tussen kinderen moeten we in ons onderwijs zoveel mogelijk instructiemomenten scheppen. Zelfstandig werken is een uitgangspunt om deze verdergaande differentiatie binnen groepsverband te kunnen bewerkstelligen. Kinderen zijn vaak aangewezen op de directe steun en hulp van de leerkracht. Leerkrachten hebben niet altijd de gelegenheid om voor alle kinderen beschikbaar te zijn. Hij moet zijn aandacht verdelen.

Het voordeel dat de leerkracht heeft als kinderen zelfstandig bezig kunnen zijn, is duidelijk. Hij kan rustig observeren en extra aandacht aan kinderen geven die dit nodig hebben. De leerkracht kan zo tijd vrijmaken voor instructie aan een andere groep. De leerkracht speelt afwisselend de rol van leider en begeleider:

  1.     De leider bepaalt de regels zelf, zoekt zelf de oplossingen en maakt de kinderen afhankelijk. Dit staat een weg naar meer zelfstandigheid in de weg;
  2.     De begeleider stimuleert de kinderen tot zelf denken en doen, mee te beslissen over de organisatie en de regels, helpt ze zelf problemen op te lossen.